
Een succesvolle Werkend leren opleiding in het hbo begint met formuleren van een heldere visie en een beknopt concept: wat wil je met de Werkend leren opleiding bereiken, voor wie zet je de opleiding op en met wie werk je samen?
Een duale opleiding als Werkend leren in het hbo vereist een nog beter gecoördineerde ontwikkeling en aansturing dan een voltijds- of deeltijdsopleiding, omdat er veel partijen zijn wiens betrokkenheid van doorslaggevend belang is.
De basis van een visie en concept is goed arbeidsmarktonderzoek. Een hogeschool die een Werkend leren opleiding wil gaan ontwikkelen, zal eerst inzicht moeten krijgen in de behoefte van het werkveld aan een dergelijke opleiding. Niet alleen nu, maar ook over vijf of tien jaar. Deze behoefte kun je op verschillende manieren in kaart brengen:
Hogescholen kunnen vanuit het landelijke programma Werkend leren in het hbo ondersteuning krijgen bij het leggen van verbinding met relevante partners.
Initieel enthousiasme in de onderzoeksfase is nog geen garantie voor een succesvol vervolg. Na een eerste verkenning is het raadzaam om samen op te trekken met bijvoorbeeld een branchevereniging of werkgeversorganisatie om zo een gezamenlijk commitment te krijgen voor een Werkend leren variant van een opleiding.
Samenwerking met het werkveld is voor de Werkend leren route vanaf het begin gewenst en noodzakelijk. Vanaf de allereerste arbeidsmarktverkenning en gedurende de hele ontwikkelfase is het belangrijk om zoveel mogelijk samen met bedrijven en organisaties op te trekken om de opleiding vorm te geven. De betrokkenheid van het werkveld kan bestaan uit een beleidsmedewerker van een (landelijke) sectorale werkgeversorganisatie (bijvoorbeeld Bouwend Nederland) of landelijk sectoraal samenwerkingsverband (bijvoorbeeld STL), of uit regionale betrokkenheid van meerdere bedrijven of organisaties en soms een regionaal samenwerkingsverband (bijvoorbeeld Opleidingsbedrijf Metaal Oost) als ‘launching customer(s)’.
Een Werkend leren opleiding komt ook regelmatig tot stand als een vervolg op een eerdere regionale samenwerking. Eén van de al ontwikkelde Werkend leren opleidingen ontstond bijvoorbeeld uit een meerjarig gezamenlijk innovatietraject van tientallen bedrijven in die sector in de regio. In het verlengde van dat project ontstond een lectoraat bij een hogeschool. De lector ontwikkelde vervolgens bij de hogeschool de Werkend leren opleiding. Een andere duale opleiding ontstond naar aanleiding van een eerdere samenwerking tussen vijftig werkgevers, mbo, hbo en brancheverenigingen in die sector en regio over een doorlopende leerlijn van mbo naar hbo.
Gaat het om een nieuwe opleiding of wil je een Werkend leren opleiding inbouwen in een bestaande opleiding? In het eerste geval kun je vanaf het begin het werkveld betrekken en samen een opleiding maken die geheel gericht is op bedrijven en organisaties. Het ‘inbouwen’ van een Werkend leren opleiding in een bestaande opleiding kost minder tijd en is daarmee wellicht gemakkelijker, maar vereist wel dat je alle onderdelen van de bestaande opleiding ‘richt’ op het werkveld.
Ook een combinatie van twee of meer opleidingen in één Werkend leren opleiding kan succesvol zijn.
Hogeschool Windesheim en OBM Oost (Opleidingsbedrijf Metaal Oost) hebben samen een leer-werkroute opgezet. Zij zijn dit initiatief gestart na signalen vanuit de regionale arbeidsmarkt metaal dat er behoefte was aan medewerkers met een opleiding op Ad- en bachelorniveau die goede technische vaardigheden hebben. Tegelijkertijd signaleerden zij dat mbo-doorstromers, havo-uitvallers, havo-gediplomeerden, tl-gediplomeerden en hbo-uitvallers veel potentie bezitten maar (nog) niet over de benodigde technische vaardigheden beschikken om direct productief te zijn binnen een bedrijf.
Het gezamenlijke arbeidsmarktonderzoek van Hogeschool Windesheim en OBM Oost bestond onder meer uit een ‘schets van de metaalmedewerker van morgen’, gesprekken met mbo-instellingen en met brancheorganisaties.